Goed verteerd is goud weerd

In je darmen bevinden zich zeer veel bacteriën (zo'n 1 tot 2 kilo). Bacteriën eten voornamelijk koolhydraten. Je dunne darm bevat de enzymen die nodig zijn om de verschillende koolhydraten te verteren. Dit verteren is nodig omdat de koolhydraten anders te groot zijn om door de darmwand te passen. Het verteren betekent dus eigenlijk het simpelweg opsplitsen in kleinere delen.

Als de enzymen niet voldoende hun werk doen, kan het voedsel dus niet geabsorbeerd worden door de wand van de dunne darm. Het onverteerde voedsel zakt dus verder naar de dikke darm. Daar wachten de bacteriën op het lekkere voedsel, wat ze snel opeten. Echter, omdat bacteriën nogal primitieve levensvormen zijn, kunnen ze koolhydraten slechts zeer inefficiënt benutten.

Ze kunnen er minder dan 10% van de energie uit halen (vergeleken met de mens). Tijdens de inefficiënte verbranding, blijven er dus veel restproducten over.

Deze restproducten zijn gas en zuur. Het gas is voornamelijk waterstof-, waterstofsulfide- en methaangas. Het zuur tast tegelijk ook de darmwand aan en is ontstekingbevorderend.

Gastro-intestinale therapieën

Deze therapieën zijn gebaseerd op de humoraalpathologie. Deze theorie gaat ervan uit dat ziekte ontstaat als gevolg van vergiftiging van de lichaamsvochten.

Voedingsstoffen komen niet rechtstreeks vanuit de haarvaatjes (kleine bloedvaatjes) in de cellen. De stoffen komen eerst in de interstitiële ruimte ( = extracellulair vocht = inwendig milieu (IM)) en vandaaruit dan weer in de cellen. Omgekeerd komen de afvalstoffen van de cellen eerst in het IM terecht en vandaaruit in de bloedbaan, die ze brengt naar de nieren, de longen, de lever, de darmen om uitgescheiden of verwerkt te worden.

Het lichaam tracht steeds het IM constant te houden. Men noemt dit homeostase. Bijna alle organen werken hieraan mee.

Zuurstof wordt aangevoerd door de longen, voedingsstoffen door het spijsverteringskanaal en het lymfesysteem. CO2 en vluchtige stoffen worden door de longen uitgescheiden; afval- en gifstoffen worden door de darmen, de huid, de slijmvliezen van de luchtwegen, de nieren uitgescheiden; ook de lever neutraliseert en elimineert bepaalde gifstoffen. Het lymfesysteem staat ook mee in voor afvoer van afvalstoffen uit de weefsels, zoals grote moleculen, brokstukken van beschadigde cellen, bacteriën, eiwitten en vocht.

Ziekte ontstaat wanneer ons IM uit balans raakt. Dit kan door het ontbreken van bepaalde voedingsstoffen en/of als de concentratie aan afval- en gifstoffen te groot wordt.

Voedingsstoffen kunnen ontbreken door :

  • een slechte opname omdat spijsverteringsorganen verzwakt zijn
  • een onevenwichtige voeding
  • het gebruik van vitaminen- en mineralenrovers zoals suiker, koffie, tabak,
  • voedingsmiddelen rijk aan oxaalzuur of fytinezuur, stress, etc.
  • verstopping van bloedvaten


De concentratie aan toxines in het IM kan te hoog worden door :

  • teveel toxines via onze voeding en drank
  • vervuilde lucht
  • contact van de huid met toxines
  • bepaalde geneesmiddelen

 

Naast de toxines van buitenaf, is het ook mogelijk dat we in een toestand van zelfvergif-tiging verkeren door een vervuilde darm. In de dikke darm bevinden zich bij veel mensen stukken versteende, uitgerotte stoelgang. De gemiddelde zgn. gezonde mens draagt sinds zijn jeugd meerdere kilo’s nooit uitgescheiden stoelgang met zich mee. De toxinen als gevolg van rottingsprocessen in de dikke darm komen in de bloedstroom, overbelasten de lever en gaan heel het lichaam vergiftigen en verzwakken.

We kunnen dus teveel toxines binnenkrijgen of zelf produceren maar het is ook mogelijk dat onze uitscheidingswegen slecht functioneren door bvb. lever- of galziekten, nierbeschadiging, geblokkeerde zweetafscheiding, vervuilde darm, verstopte lymfecirculatie. Het lichaam kan ook noodkleppen gebruiken om toxines kwijt te raken, bvb. huidziekten, neusbloedingen en bloedende aambeien, vaginale afscheidingen, menstruatie, overproductie van slijm door de slijmvliezen van de ademhalingswegen.

De meeste ziekten zijn een gevolg van de vervuiling van het IM en het verstopt raken van het kanalensysteem van het lichaam. Veel lokale symptomen kan men zien als een opstapeling van toxines op die plaats.

Door over te schakelen op een gezonde voeding, voedingstherapie, gebruiken van bepaalde kruiden, vastenkuren en zuiveringskuren kan men veel ziektes gunstig beïnvloeden of zelfs genezen. Door de voeding te verbeteren gaan er zich echter allerlei zuiveringsreacties voordoen, waardoor men zich slechter gaat voelen dan toen men nog ongezond at, omdat de opgeslagen toxines in de bloedbaan terechtkomen. Zuiveringsreacties ontstaan als de snelheid waarmee toxines loskomen groter is dan de snelheid waarmee de uitscheidingsorganen ze kunnen verwijderen. Deze reacties kunnen voorkomen of begeleid worden in de therapie.

In de gastro-intestinale therapieën wordt aandacht besteed aan :

  • zuiveren van de uitscheidingsorganen, vooral de darmen
  • geleidelijk overschakelen op een gezonde voeding
  • opbouwen van een gezonde darmflora
  • lichaamsbeweging
  • specifieke kruiden met een uitscheidende of zuiverende functie of kruiden die het celmetabolisme verbeteren
  • stimulering en zuivering van de lymfestroom door bepaalde kruiden en borstelmassage of lymfedrainage
  • toepassing van bepaalde therapieën zoals darmspoelingen, sapkuren, enz.