Terug naar de bron

De toepassing van een “remedie” volstaat niet.

De wereld is vol van de remedies en voorlopige oplossingen die het probleem verschuiven naar een latere datum.
Als het lichaam en de geest weer optimaal functioneren zul je ontdekken dat een goede gezondheid werkelijk de grootste schat is. 

Laten we vandaag beginnen... De tijd van halve oplossingen zonder resultaten is voorbij.

We gaan terug naar de bron, terug naar de natuur, terug naar jezelf...

Ziek zijn

Wanneer door een slechte spijsvertering de bloedsamenstelling vettig wordt en verzuurt, neemt de weerstand van het lichaam af. We worden vatbaar voor verkoudheid, griep en ontstekingen en er kunnen zich ziekteverschijnselen voordoen als allergieen, astma en bronchitis.

Het lichaam corrigeert dat in eerste instantie door overschotten uit te stoten: transpiratie, slijm, huiduitslag. Ook op het geestelijk vlak proberen we ons van afvalstoffen te ontdoen door emoties als huilen, boos worden en slecht humeur.

Al deze 'ontladingen' zijn correcties die ons lichaam uitvoert om gezond te blijven. Als we gezond of betrekkelijk gezond zijn, vinden deze processen voortdurend vanzelf plaats. Raakt het lichaam echter verzadigd met afvalstoffen, zodat de energie niet meer vrij door kan stromen, dan zijn er vaak klachten als chronische moeheid, gebrek aan energie, hoofdpijn, kiespijn, stijve nek of schouders, stramheid, angst en depressiviteit.

Wat is ziekte, hoe ontstaat ziekte

Ons lichaam wordt vatbaar voor ziekte als het energieniveau verzwakt door het voedsel wat we eten.

Dat werkt als volgt:
Als we eten wordt dat via de stofwisseling afgebroken en laat afvalstoffen achter. Die voedselresten zijn zuur of basisch, afhankelijk van het voedsel. Als dat basisch is kan dat snel en met weinig energie door het lichaam worden uitgescheiden. Zijn de afvalstoffen zuur, dan zijn ze door het bloed- en lymfestelsel moeilijk te verwijderen en worden als vaste stoffen in de organen en weefsels opgeslagen. Het zijn kristalvormen met een lage trilling, die blokkades en verstoringen teweegbrengen. Hoe meer er van die zure bijproducten worden opgeslagen, des te zuurder dat de weefsels als geheel vormen, en raad eens wat het gevolg is... dan komen de bacterieen op het toneel en zeggen; "O, dat weefsel is aan ontbinden toe".. Als we gelijkenissen vertonen met een zuur en doods milieu, is de aanval van de bacterieen te verwachten. Dat noemen we nu ziekte, maar het is een opruimingsactiviteit.

Dag in dag uit voeden we het lichaam met voedsel via het spijsverteringskanaal, met zuurstof via de longen en zonlicht via de huid. Wat we vaak niet realiseren is dat we via deze organen óók gifstoffen binnenkrijgen waardoor lichaamsvochten - bloed, lymfe en kliersappen- verontreinigd raken.

Bloed- en lichaamsvochtreiniging werkt aan de genezing van de hele mens. De laatste tientallen jaren is door een verhoogde aanvoer van toxines uit voeding, genotmiddelen, medicijnen, cosmetica, schoonmaakmiddelen en luchtvervuiling het gifgehalte in het lichaam schrikbarend toegenomen. Het betreft vaak chemicaliën die niet in het lichaam van onze grootouders voorkwamen.

Een klacht of ziekte is een manier om het lichaam van toxines te ontdoen

Naast deze vergiftiging van buitenaf is minstens zo belangrijk de interne vergiftiging als gevolg van overmatig en verkeerd eten en drinken en voedselontbinding in de darm. Ontstekingshaarden, vaak het resultaat van vervuilde lichaamsvochten, kunnen ook toxische stoffen produceren. Als gevolg van bovengenoemde ontwikkeling zien we steeds vaker dat de reinigings- (ontgiftigings-) organen zoals lever en lymfe en de uitscheidingsorganen zoals darmen, longen, huid en nieren overbelast raken. Dit geeft een onvoldoende verwijdering van gifstoffen waardoor deze zich vastzetten in het lichaam. De ernst van klachten nemen toe met de hoeveelheid toxines en de duur waarmee het lichaam eraan is blootgesteld. Een klacht of ziekte is een manier om het lichaam van toxines te ontdoen. Het lichaam geeft er ook een noodsignaal mee af, namelijk dat er sprake van vervuiling en behoefte aan bloed- en lichaamsvochtreiniging.

Het reinigen van bloed- en lichaamsvochten is zo oud als de natuurgeneeskunde zelf

De grondgedachte van de reiniging van lichaamsvochten speelde in de prehistorie al een rol, maar het was de geneesheer Hippocrates die de humoraalpathologie (humoren = lichaamsvochten, pathologie = ziekteleer), ontwikkelde en op schrift stelde. Dit concept is een van de belangrijkste filosofieën binnen de natuurgeneeskunde gebleven. Het gaat ervan uit dat de gezondheid van de mens in de eerste plaats afhankelijk is van de gesteldheid van de lichaamsvochten. Een goede samenstelling en zuiverheid van de vochten garanderen een goede gezondheid. Veel geneesheren en wetenschappers grepen terug naar de humoraalpathologie en werkte deze verder uit. Een van hen is de Duitse arts Dr. Reckeweg die de zgn. homotoxicoseleer (leer van de zelfvergiftiging) ontwikkelde. Deze leer ziet ziekelijke processen in het lichaam als een uiting van een strijd van de afweersystemen tegen de vergiftigde stoffen en slakken (afvalstoffen van de stofwisseling). In zijn visie zijn uitscheidings- en ontstekingsaandoeningen nuttige processen die toxines onschadelijk maken en uitscheiden.

Ziekte is een poging van de natuur (het lichaam) om schadelijke stoffen uit te bannen

Dr. Reckeweg maakte in zijn homotoxicoseleer een onderscheid in zes zelfvergiftigingsfasen, oplopend van licht verontreinigd tot zwaar vervuild. Bij de eerste drie fasen, de humorale ziektefasen, zijn het bloed en de lichaamsvochten verontreinigd. Bij de laatste drie fasen zijn de gifstoffen vanuit het bloed en de lichaamsvochten de cellen binnengedrongen, dit zijn de cellulaire ziektefasen. Iedere fase vraagt om een andere therapeutische ondersteuning. Naarmate de gifaanvoer langer aanhoudt kan de zelfreiniging van het lichaam via lever, lymfe, longen, spijsverteringskanaal, huid en nieren ontoereikend worden. Dit leidt tot vergiftigingen van de lichaamsvochten en op een gegeven moment van de cellen en daarmee tot klachten. De klachten zijn een poging van het lichaam (de natuur) om de gifstoffen om te zetten en zich ervan te ontdoen. Naarmate dit mechanisme langer aanhoudt worden de klachten ernstiger en moeilijker ‘terug te draaien’.

Fase 1. De excretie- of uitscheidingsfase
De excretiefase is een inwendig reinigingsproces. Het opent de ‘sluizen’ van het lichaam door de reinigings- en uitscheidingsorganen en veiligheidskleppen op volle toeren te laten functioneren.

Dit uit zich in verkoudheidsaandoeningen, niezen, zweten, slijmafscheiding uit neus, mond en keel, overmatig en dik traanvocht, braken, vaginale afscheiding, heftige en klonterige menstruatie, stinkende adem, onfrisse lichaamsgeur, puistjes, oorsmeer, overmatige huidtalg-productie, diarree, stinkende ontlasting, donkere en stinkende urine enz. 

Op deze manier worden gifstoffen en de hierop goed gedijende virussen en bacteriën uit het lichaam gespoeld. De afvoer van (emotioneel) gif kan zich ook uiten in lichtgeraaktheid en irritatie.’s Nachts vindt de meeste reiniging plaats. Wanneer men ’s ochtends moe opstaat, duidt dit vaak op een verontreiniging. 

De uitscheidingsfase kan zich ook uiten in gebrek aan eetlust, waardoor het lichaam probeert te voorkomen wordt dat er nog meer gifvorming door vertering en stofwisseling ontstaan. Mits op de juiste manier therapeutisch ondersteund bewerkt deze inwendige reiniging dat de zieke zich na zijn ziekte lichamelijk beter voelt dan daarvoor. 

Hoe sneller en grondiger het lichaam de gifstoffen uitscheidt hoe sneller een ziekte overwonnen wordt.

Fase 2. De reactie- of ontstekingsfase
Wanneer de uitscheidingsreacties er niet in slagen om de afvalstoffen te verwijderen, probeert het lichaam ze te verwijderen met lokale ontstekingen zoals neuritis, artritis, hepatitis, bronchitis, colitis en nefritis (’-itis’ = ontsteking). 

Bacteriële en virale ontstekingen ontstaan bij voorkeur op zwakke plekken van het lichaam waar de meeste afvalstoffen liggen opgeslagen (de bacterie of virus is dus niet de oorzaak maar de aanleiding voor een ontsteking). 

De slakken en gifstoffen worden hierdoor onschadelijk gemaakt en naar buiten afgevoerd. Dit uit zich in de vorm van etter, slijm, afscheidingen, abcessen, bindweefselontstekingen, angina, huiduitslag of eczeem. 

Wanneer er zich teveel afvalstoffen in het lichaam bevinden breekt er een acute ziekte uit, bijvoorbeeld in de vorm van griep. Voorafgaande hieraan worden in de weefsel opgeslagen afvalstoffen in het bloed gebracht.